Sinterklaasverhaal om voor te lezen

Waar is de bril van Sinterklaas?

Vanaf 3 jaar ± 4 minuten voorlezen

Sinterklaas ging aan zijn grote houten bureau zitten. Buiten waaide de wind om het huis. Maar binnen was het warm, en het rook naar thee en naar pepernoten.

De Sint sloeg het Grote Boek open. Hij keek naar de eerste bladzijde. Hij kneep zijn ogen een beetje dicht. Hij hield het boek heel dicht bij zijn neus.

"Hmm," zei hij. "Alle letters dansen. Ze springen op en neer, net kleine kikkertjes. Waar is mijn bril?"

Hij keek in zijn jaszak. Geen bril.
Hij keek onder zijn kussen. Geen bril.
Hij keek in zijn pantoffel. Geen bril. Alleen een pepernoot. Hoe kwam die daar nou?

"Pieten!" riep hij. "Helpen jullie mij zoeken?"

Tik tik tik, tik tik tik. Daar kwamen alle Pieten aangerend. "Wat zoeken we, Sinterklaas?"

"Mijn bril," zei de Sint. "Mijn ronde bril met het gouden randje."

De Kookpiet ging naar de keuken. Hij tilde alle deksels op. Kling, klang, kling! Lag de bril tussen de pannen? Nee. Geen bril. Alleen soep.

De Bakpiet ging naar de bakkerij. Hij deed de oven open. Wat een warme lucht kwam eruit! Het rook naar boter en kaneel. Lag de bril in de oven? Nee. Geen bril. Alleen pepernoten.

De Stalpiet ging naar de stal. Hij keek in de voerbak van het paard. Lag de bril tussen het hooi? Nee. Geen bril. Het paard keek de Stalpiet aan. Hij snoof heel hard: pfffrrr. Alsof hij wilde zeggen: ik heb hem echt niet opgegeten, hoor.

Ze zochten onder de tafel. Geen bril.
Ze zochten achter de kast. Alleen een oude sok.
Ze zochten in de wasmand. Alleen nog meer sokken.

De Hoofdpiet tilde zelfs het deksel van de theepot op. Hij keek erin. "Thee," zei hij. "Geen bril."

De Sint zuchtte. "Hoe moet ik nu het Grote Boek lezen?"
Alle Pieten zuchtten mee. Het was even heel stil in de kamer.

Toen ging de deur open. Piep! Er kwam een klein meisje binnen. Ze heette Mila. Haar wangen waren rood van de kou. In haar handen had ze een opgerold papier. Ze had een tekening gemaakt voor de Sint, en die wilde ze zelf komen brengen.

Mila keek naar de Sint. Ze keek naar al die Pieten. Eén Piet lag op zijn buik onder de bank. Eén Piet stond op een stoel en keek boven op de kast. En de Hoofdpiet keek voor de tweede keer in de theepot.

Toen keek Mila nog eens naar de Sint. Heel goed. En ze begon te giechelen. Hihihi!

"Waarom lach je, Mila?" vroeg de Sint.

"Sinterklaas," zei Mila, "uw bril staat op uw hoofd!"

De Sint voelde boven op zijn hoofd, net onder de rand van zijn mijter. Daar voelde hij iets kouds. Iets ronds. Iets met een gouden randje. En jawel: daar stond hij. Zijn bril. De hele tijd al!

Even was het stil. Toen begon de Piet onder de bank te lachen. De Piet op de stoel lachte zo hard dat hij ervan wiebelde. De Hoofdpiet lachte met het deksel van de theepot nog in zijn hand. En de Sint? Die lachte het allerhardst. Zijn buik schudde ervan.

Hij zette zijn bril op zijn neus. En kijk: nu stonden alle letters weer stil.

"Zo," zei hij. "Laat eens zien, Mila."

Mila rolde haar tekening open. Er stond een paard op. Met vier poten, een lange staart en een hele grote glimlach.

"Wat een prachtig paard," zei de Sint. "En nu kan ik het ook nog zien!"

De tekening van Mila hangt nu boven het bureau van de Sint. En als hij zijn bril weer eens kwijt is? Dan zeggen alle Pieten tegelijk: "Kijk eerst maar even op uw hoofd, Sinterklaas!"

Vragen om na te praten

  1. Waar zou jij als eerste zoeken als de Sint zijn bril kwijt was?
  2. Hoe denk je dat Mila zich voelde toen zij de bril als enige zag?
  3. Ben jij ook weleens iets kwijt geweest dat heel dichtbij lag? Hoe was dat?
← Alle 30 Sinterklaasverhalen