Het was bijna zover. De stoomboot lag aan de kade. De muziek speelde. De vlaggetjes wapperden. Alle kinderen stonden klaar, met hun neus tegen het hek en hun ogen wijd open.
Sinterklaas stapte aan wal. Hij ging op een klein podium staan, zodat iedereen hem kon zien. Hij schraapte zijn keel. "Hm-hm." Het werd stil op de kade.
"Lieve kinderen," begon de Sint met zijn warme, zware stem. "Wat ben ik blij dat… HIK!"
Zijn mijter sprong een stukje omhoog. Wip! En plofte weer terug op zijn hoofd.
De kinderen keken elkaar aan. Wat was dat?
"Wat ben ik blij dat… HIK!"
Weer die mijter. Wip! Plof!
"Oei," zei een jongetje vooraan. "Sinterklaas heeft de hik!"
De Pieten kwamen meteen aangelopen. Hoofdpiet was de eerste. "Drink een glas water, Sinterklaas," zei hij. "Dat helpt altijd."
Hij gaf de Sint een groot glas water. Sinterklaas dronk het helemaal leeg. Glug, glug, glug. Hij zette het glas neer, veegde zijn baard droog en opende zijn mond.
"HIK!"
"Dan moet u uw adem inhouden," zei Rijmpiet. "Tot tien tellen. Of nog langer."
Sinterklaas haalde diep adem en hield die vast. Iedereen telde mee. "Een, twee, drie, vier…" De wangen van de Sint werden bol. Toen rood. Zo rood als zijn mantel. "…negen, tien!"
"Pfoeh," zei Sinterklaas. En meteen daarna: "HIK!"
"Denk aan iets heel saais," zei Bakpiet. "Aan sokken tellen, bijvoorbeeld. Grijze sokken. Allemaal precies hetzelfde."
Sinterklaas sloot zijn ogen en telde in gedachten sokken. Eén grijze sok. Twee grijze sokken. Drie grijze sokken. Hij begon er bijna van te geeuwen.
"HIK!"
Nu werd de hik zelfs groter. Zo groot dat de mijter helemaal scheef ging. Hoofdpiet ving hem nog net op tijd op en zette hem weer recht.
Ook de kinderen op de kade wilden helpen. Ze riepen allemaal door elkaar.
"Op één been staan!"
"Achteruit tellen!"
"Aan je oor trekken!"
"Een lepel suiker eten!"
"Heel hard lachen!"
Sinterklaas probeerde het allemaal. Hij ging op één been staan, en wiebelde. Hij telde achteruit, van tien naar nul. Hij trok aan zijn linkeroor en toen aan zijn rechteroor. Hij at een lepel suiker. Hij lachte zelfs, heel hard: "Ha ha ha… HIK!"
Het hielp niets. De hik bleef. En de Sint keek een beetje beteuterd. Hij wilde zo graag zeggen hoe blij hij was dat hij er weer was. Maar elke keer kwam die hik ertussen.
Achter het podium stond het paard van Sinterklaas. Hij had alles rustig bekeken. Hij snuffelde wat aan het hek en boog zijn grote hoofd naar beneden.
Precies op dat moment dwarrelde er een pluisje door de lucht. Een klein wit pluisje, van een muts misschien. Het zweefde heen en weer, heen en weer… en landde precies op de neus van het paard.
Het paard trok zijn bovenlip op. Zijn neusgaten gingen wijd open. Zijn ogen werden klein. "Ha… ha… haaa…"
"HATSJOEEEE!"
Het was de grootste nies die iemand ooit gehoord had. De vlaggetjes klapperden. Een paar kinderen vielen bijna achterover van verbazing. En de Sint? Die schrok zo dat hij met beide handen zijn mijter vasthield.
En toen was het stil. Heel stil.
De Sint wachtte. Iedereen wachtte. De Pieten wachtten. De kinderen wachtten. Zelfs het paard wachtte, met zijn oren rechtop.
Een tel. Twee tellen. Drie tellen.
Maar er kwam geen hik meer.
"Wel," zei Sinterklaas, en er verscheen een brede glimlach in zijn baard. Hij aaide zijn paard over de warme hals. "Dat was de beste dokter van de hele dag."
Het paard briesde tevreden. Hoofdpiet gaf hem snel een wortel als beloning.
En toen kon Sinterklaas eindelijk zeggen wat hij al de hele tijd wilde zeggen. "Lieve kinderen, wat ben ik blij dat ik er weer ben!"
Iedereen juichte. Heel hard.
Maar helemaal achteraan, naast de stoomboot, klonk ineens een heel klein geluidje. "Hik!"
Het was Rijmpiet. Hij keek verschrikt om zich heen. Het paard draaide langzaam zijn hoofd naar hem toe, en snuffelde alvast een beetje met zijn neus.