Sinterklaasverhaal om voor te lezen

Mist op de rivier

Vanaf 4 jaar ± 5 minuten voorlezen

Op de dag dat Sinterklaas zou aankomen, hing er een dikke, witte mist over de rivier. Zo dik als watten. Zo dik dat je je eigen hand bijna niet meer zag als je hem voor je neus hield.

Toch stonden er honderden kinderen op de kade te wachten. Met vlaggetjes en mutsen en warme handschoenen. Het was koud en een beetje nat. Op je wimpers bleven kleine druppeltjes hangen. Ergens verkocht iemand warme chocolademelk, en dat rook heerlijk.

Milan stond vooraan, naast zijn papa. Hij had zijn mooiste tekening bij zich, opgerold in zijn hand. "Wanneer komt hij nou?" vroeg hij voor de vijfde keer.

"Bijna," zei papa. "Luister maar."

En inderdaad. Heel ver weg, ergens in het wit, klonk een diepe toon. TOEEET. Dat was de stoomboot! Alle kinderen gingen op hun tenen staan. Maar ze zagen niets. Alleen mist.

Op de stoomboot stond de kapitein aan het stuurwiel. Hij tuurde door zijn verrekijker. Hij wreef over zijn ogen en tuurde nog eens. "Ik zie niets," zei hij. "Geen kade. Geen huizen. Geen kerktoren. Waar moet ik naartoe?"

Sinterklaas kwam naast hem staan. "Dan varen we heel voorzichtig," zei hij rustig. "Langzaam, stapje voor stapje."

De boot gleed een stukje naar links. TOEEET. Toen een stukje naar rechts. TOEEET. Maar de kade was nergens te zien.

Op de kade hoorde Milan de toeter eerst links van hem, en dan weer rechts. Hij fronste. "Papa, de boot weet de weg niet," zei hij. "Als hij ons niet ziet, kan hij ons ook niet vinden."

Papa knikte. "Dat zou best kunnen."

Milan dacht na. Hij dacht heel hard. Wij kunnen de boot horen, dacht hij. Dan kan de boot ons misschien ook horen!

"Ik ga zingen," zei hij.

Hij deed zijn mond open en begon. Eerst heel zachtjes. Zo zachtjes dat alleen papa het hoorde. Een paar mensen keken om. Milan werd een beetje rood en stopte bijna. Zingen in je eentje, voor zoveel mensen, is best spannend.

Maar papa kneep in zijn hand. "Mooi," fluisterde hij. "Ga door."

Dus Milan zong verder. Een klein beetje luider.

Toen zong het meisje naast hem mee. Ze had een muts met een pompon die wiebelde op de maat. Toen zong haar broer mee. Toen een opa met een grote paraplu. Toen een mevrouw met een kinderwagen, en twee tieners, en een meneer met een hondje dat erbij blafte.

En al snel zong de hele kade een Sinterklaasliedje. Zo luid als ze maar konden. Het klonk over het water, door de mist, helemaal tot op de rivier.

Op de boot spitste de kapitein zijn oren. "Hoor!" riep hij. "Hoor je dat?"

Alle Pieten kwamen aangelopen. Ze hielden hun handen achter hun oren. "Gezang!" riep Rijmpiet. "Daar komt het vandaan!"

De kapitein draaide het stuurwiel een klein beetje naar links. En nog een klein beetje. Heel langzaam voer de stoomboot op het gezang af. Hoe dichterbij ze kwamen, hoe luider het werd.

Op de kade hielden de kinderen even hun adem in. Het water klotste. Er klonk een zacht gezoem. En toen, uit het wit, verscheen de punt van de stoomboot. Daarna de vlag, die wapperde in de natte wind. En daarna Sinterklaas zelf, die stond te zwaaien met zijn staf.

"HIJ IS ER!" riepen de kinderen. Het gejuich was nog luider dan het gezang.

De boot legde aan met een zacht bonk tegen de kade. Sinterklaas stapte voorzichtig aan wal. Hij keek naar al die kinderen met hun rode wangen en hun natte mutsen.

"Dank jullie wel," zei de Sint. "Zonder jullie had ik de weg nooit gevonden. Jullie waren vandaag mijn vuurtoren. Een zingende vuurtoren. Zoiets heb ik in al die jaren nog nooit gezien."

Toen zag hij Milan staan, vooraan, met zijn opgerolde tekening. "En wie begon er met zingen?" vroeg Sinterklaas.

Papa wees naar Milan. Milan wist even niet wat hij moest zeggen. Dus gaf hij Sinterklaas zijn tekening. Het was een stoomboot. Natuurlijk.

"Die hang ik in mijn hut," zei Sinterklaas. "Zodat ik nooit vergeet wie mij de weg wees."

Milan was zo trots dat hij de hele weg naar huis bleef zingen. Door de mist, langs de rivier, tot aan zijn eigen voordeur.

Vragen om na te praten

  1. Milan zong eerst helemaal alleen. Hoe voelt het om als eerste iets te durven, en wat helpt jou dan?
  2. Hoe zou het zijn om in de dikke mist te staan? Wat zou je horen, ruiken of voelen?
  3. Wat zou jij doen om de stoomboot de weg te wijzen als zingen niet hielp?
← Alle 30 Sinterklaasverhalen