Het waaide die middag zo hard dat de bomen stonden te zwiepen. De laatste blaadjes dwarrelden door de straten. Wasgoed klapperde aan de lijnen. En iedereen liep voorovergebogen, met zijn kraag hoog en zijn muts diep over zijn oren.
Sinterklaas reed op zijn schimmel door de stad. Hij wilde nog even bij een paar scholen langs. Met één hand hield hij de teugels vast. Met de andere hand hield hij zijn mantel dicht, want die wapperde als een vlag.
"Wat een wind, hè," zei hij tegen zijn paard. Het paard schudde zijn manen en snoof.
Maar aan zijn mijter had Sinterklaas niet gedacht.
Woesj! Een windvlaag greep de mijter en tilde hem van zijn hoofd. Hoog de lucht in.
"Mijn mijter!" riep de Sint.
De mijter vloog over de bakker, waar het rook naar vers brood. Hij vloog over het schoolplein, waar de kinderen met open mond naar boven keken. Hij vloog over een rij daken, rakelings langs een schoorsteen, en toen was hij weg.
"Erachteraan!" riep Hoofdpiet. De Pieten renden zo hard ze konden. Door de straat, de hoek om, over een bruggetje. Maar de wind was sneller. Veel sneller.
Een paar straten verder lag een park met een vijver. Daar zat Nora met haar opa op een bankje. Ze hadden een doos met broodkruimels bij zich voor de eendjes. Nora gooide een kruimel. Kwak, kwak! Drie eendjes kwamen aangezwommen. Ze gooide er nog een. Kwak, kwak, kwak!
"Opa, die met het groene kopje eet alles op," lachte Nora.
Opeens keek ze omhoog. Er kwam iets aan door de lucht. Iets roods en gouds, dat draaide en tolde als een vlieger zonder touwtje.
"Opa, wat is dat?"
Het ding zweefde lager en lager, en… plons! Het landde precies in het midden van de vijver. Het ging niet kopje onder. Het bleef gewoon drijven, rechtop, als een klein bootje.
Twee eendjes zwommen er nieuwsgierig naartoe. Ze keken. Ze snaterden. En toen klommen ze erin. Daar zaten ze, met z'n tweeën, in hun nieuwe rode bootje.
Nora sprong op van het bankje. "Opa, kijk! Dat is de mijter van Sinterklaas!"
Opa zette zijn bril recht. "Wel heb ik ooit," zei hij. "Je hebt gelijk."
Opa zocht een lange tak onder de bomen. Hij ging aan de rand van het water staan en stak de tak uit. Maar de mijter dreef te ver weg. De tak was te kort.
"Hij komt er niet bij," zei Nora bezorgd. "Wat nu?"
Opa dacht even na. Toen knipoogde hij. "Gooi nog eens wat kruimels. Maar dan hier, vlak bij de kant."
Nora gooide een handvol kruimels in het water, vlak voor haar voeten. De eendjes in de mijter zagen het meteen. Ze begonnen te peddelen met hun pootjes. Peddel, peddel, peddel. En de mijter dreef met hen mee, steeds dichter naar de kant.
Toen kon opa er wel bij. Heel voorzichtig viste hij de mijter met de tak naar zich toe. De eendjes sprongen er snaterend uit en gingen gauw de kruimels opeten.
Nora tilde de mijter uit het water. Hij was een beetje nat, maar nog helemaal heel. Ze schudde de druppels eraf. "Hij moet terug naar Sinterklaas," zei ze. "Die heeft nu vast koud aan zijn hoofd."
Samen liepen ze naar het plein. Nora droeg de mijter met twee handen, heel voorzichtig, alsof het een taart was.
Op het plein stond de Sint naast zijn schimmel. Hij had een dikke wollen sjaal om zijn hoofd geknoopt, want zonder mijter kreeg hij het koud. De Pieten stonden om hem heen, nog hijgend van het rennen.
Toen Sinterklaas Nora zag aankomen, begon hij te stralen. "Mijn mijter!" riep hij. "Waar heb jij die gevonden?"
"Hij was aan het zwemmen," zei Nora. "In de vijver. Met twee eendjes erin."
Even was het stil. Toen begon de Sint te lachen. Zo hard dat zijn buik ervan schudde. De Pieten lachten mee. En het paard hinnikte, alsof het de grap ook snapte.
Sinterklaas knoopte de sjaal los en zette zijn mijter weer op. Hij paste nog precies. Maar er stak iets uit, aan de zijkant. Een klein wit veertje.
Hoofdpiet wilde het eraf halen. "Nee, nee," zei Sinterklaas. "Dat laat ik zitten. Als herinnering aan mijn kleine redster." Hij knipoogde naar Nora. "En aan haar twee kleine matrozen."