Sinterklaasverhaal om voor te lezen

Het pepernotenspoor

Vanaf 3 jaar ± 4 minuten voorlezen

Piet liep met een grote mand vol pepernoten door het park. De mand was zwaar en rook heerlijk, naar kaneel en naar koekjes. Piet floot een liedje. Fiew, fiew, fiew. Hij keek naar de bomen, waar de laatste gele blaadjes aan hingen.

Het was koud. Elke keer als Piet uitademde, kwam er een klein wolkje uit zijn mond. Onder zijn schoenen knisperden de bladeren. Krits, krats, krits.

Wat Piet niet wist: onderin de mand zat een gaatje. Een klein, klein gaatje. En door dat gaatje viel er bij elke stap een pepernoot op het pad.

Tik.

Tik.

Tik.

Een mus zat op een tak. Hij zag de eerste pepernoot liggen. Hij hupte naar beneden en pikte hem op. Mmm! Lekker!

Toen zag hij nog een pepernoot. En nog een. En nog een. Een heel spoor van pepernoten, zomaar over het pad.

"Tjilp!" riep de mus naar zijn vriendjes. "Tjilp, tjilp! Kom kijken!"

Daar kwamen ze. Twee mussen. Vijf mussen. Tien mussen! Ze hupten achter Piet aan. Hup, pik, hup, pik.

Daarna kwamen er twee merels bij. Ze wipten met hun staart en pikten mee.

Daarna kwam er een roodborstje. Klein en rond, met een oranje buikje. Het roodborstje was heel snel. Het pakte de pepernoot nog voor de merels hem zagen.

En als laatste kwam er een dikke houtduif. Die was eigenlijk te lui om te vliegen. Dus wandelde hij maar mee, helemaal achteraan. Waggel, waggel, waggel.

Tik, deed de mand. Hup, pik, deden de mussen. Wip, pik, deden de merels. Waggel, waggel, deed de houtduif.

Piet merkte niets. Hij floot gewoon verder. Fiew, fiew, fiew.

In het park speelden kinderen. Een meisje zat op de wip. Een jongetje gooide met bladeren. Opeens bleven ze staan. Ze wezen.

"Kijk!" riep het meisje. "Een optocht!"

Daar liep Piet, fluitend, met zijn grote mand. En achter hem liep een lange rij vogeltjes. Netjes achter elkaar. Tien mussen, twee merels, een roodborstje. En helemaal achteraan, waggelend, een dikke houtduif.

De kinderen giechelden. Ze liepen zachtjes mee, op hun tenen, om de vogeltjes niet te laten schrikken.

Toen kwam Piet bij de vijver. Hij bleef staan, want hij wilde even uitrusten. Hij zette de mand op de grond en draaide zich om.

Daar stonden ze allemaal. Tien mussen. Twee merels. Een roodborstje. Een dikke houtduif. En een hele rij kinderen.

Piet schrok niet. Hij begon te lachen. "Wel, wel," zei hij. "Wat een gezelschap! Wat doen jullie hier allemaal?"

Toen keek hij in zijn mand. O jee. De mand was bijna leeg. Hij tilde hem op en zag het gaatje. Er viel net nog één pepernoot uit. Tik.

"Aha," zei Piet. "Dus daarom."

Even keek hij een beetje sip. Al die pepernoten! Die waren eigenlijk bedoeld voor de schoentjes.

Maar toen keek hij naar de vogeltjes. Ze zaten heel stil te wachten, met hun veren dik opgezet tegen de kou. Het roodborstje hield zijn kopje scheef.

"Nou ja," zei Piet. "Vogeltjes hebben het in de winter ook koud."

Hij ging op een bankje zitten. Hij haalde de laatste pepernoten uit de mand. En hij gaf elk vogeltje er nog eentje. Eentje voor elke mus. Eentje voor elke merel. Eentje voor het roodborstje. En ook eentje voor de luie houtduif, die er speciaal voor kwam aanwaggelen.

De kinderen kregen er ook nog eentje. Precies genoeg.

Daarna haalde Piet een pleister tevoorschijn. Hij plakte hem netjes op het gaatje in zijn mand. Klaar. Zo kon hij weer nieuwe pepernoten halen bij de bakkerij.

Hij stond op, zwaaide naar de kinderen en liep terug over het pad. Fiew, fiew, fiew.

En weet je wie er met hem meeliepen?

Juist.

Tien mussen. Twee merels. Een roodborstje. En helemaal achteraan, waggel, waggel, waggel, een luie houtduif.

Vragen om na te praten

  1. Welk vogeltje uit het verhaal vind jij het leukst, en waarom?
  2. Piet was niet boos toen zijn mand leeg was. Wat zou jij gedaan hebben?
  3. Als er een optocht achter jou aan zou lopen, welke dieren zouden er dan meelopen?
← Alle 30 Sinterklaasverhalen