Jules ging logeren bij oma. Hij had zijn eigen tas ingepakt: een pyjama, zijn tandenborstel, zijn knuffelkonijn en zijn pantoffels met de oren. Logeren bij oma vond hij meestal heerlijk. Oma bakte de lekkerste koekjes van de hele wereld. En ze las hem voor tot hij in slaap viel.
Maar deze keer was het anders. Deze keer was het net pakjesavond.
Oma deed de deur open. "Daar is mijn grote jongen!" In de gang rook het naar kaneel en boter en iets warms. Jules gaf oma een dikke knuffel. Toen bleef hij ineens staan, midden op de mat.
"Oma," zei hij met een bezorgd gezicht, "wat als Sinterklaas naar ons huis gaat? Dan ben ik er niet! Dan staat er geen schoen. Dan denkt hij misschien dat ik pakjesavond vergeten ben."
Oma aaide hem over zijn hoofd. "Sinterklaas weet dat wel," zei ze. "Hij weet altijd waar de kinderen zijn."
"Altijd?" vroeg Jules.
"Altijd," zei oma.
Jules was niet helemaal gerust. Hij keek uit het raam. Buiten blies een koude wind langs de daken. Hoe zou de Sint hem vinden, in een straat waar hij niet eens woonde?
"Weet je wat?" zei oma. "We gaan eerst iets lekkers maken. Als je handen bezig zijn, wordt je hoofd vanzelf rustiger." Ze haalde een grote kom uit de kast. Jules mocht bloem afwegen, en suiker, en een flinke schep speculaaskruiden. Hij snoof eraan. Het kriebelde in zijn neus. "Hatsjoe!" Een wolkje bloem dwarrelde over de tafel. Oma lachte zo hard dat haar bril scheef op haar neus kwam te staan.
Ze rolden het deeg uit. Jules drukte er figuurtjes in: een paard, een boot, een mijter en een heel scheve ster. In de oven werden ze langzaam bruin. Het hele huis rook naar speculaas. Zelfs de kat kwam kijken.
Na het eten was het tijd voor de schoen. Jules zette hem bij oma's kachel, waar het lekker warm was. Hij legde er een wortel in, voor het paard. En een tekening van oma's huis, met een grote pijl erop en de woorden HIER BEN IK. Oma zette er een bordje met zelfgebakken speculaas naast. "Voor de Pieten," zei ze. "Die hebben vanavond zo veel werk."
Samen zongen ze een Sinterklaasliedje. Oma zong een beetje vals, maar wel heel hard. Daarna moest Jules naar bed.
Hij lag in het logeerbed onder de dikke deken. Het was stil in huis. Tik, tik, deed de klok in de gang. Hoeee, deed de wind buiten. Jules keek naar het plafond. "Sinterklaas," fluisterde hij, "ik ben bij oma. Niet vergeten, hè?" Toen vielen zijn ogen dicht.
Ondertussen zat Sinterklaas in zijn werkkamer met het Grote Boek op schoot. De Hoofdpiet stond naast hem met een lange lijst. "Sinterklaas, bij het huis van Jules staat vanavond geen schoen. Is er iets aan de hand?"
De Sint glimlachte en bladerde naar de bladzijde van Jules. Daar stond, in de mooie letters van een Piet: Op pakjesavond logeert Jules bij oma. Schoen bij de kachel. Oma bakt heerlijke speculaas.
"Kijk maar," zei de Sint. De Hoofdpiet las het en begon te stralen. "Heerlijke speculaas? Dan ga ik er zelf heen!" De Sint knikte tevreden.
De volgende ochtend kwam Jules in zijn pyjama de trap af. Plof, plof, plof, deden zijn pantoffels op elke tree. Bij de kachel bleef hij stokstijf staan. Daar lag een pakje, met een groot rood lint. De wortel was weg. En het bordje speculaas? Helemaal leeg, op een paar kruimels na.
Ernaast lag een briefje. Oma las het voor:
Lieve Jules, natuurlijk wist ik waar je was. Doe de groetjes aan oma. Haar speculaas is de allerlekkerste. Dat zeggen alle Pieten.
Oma las het briefje nog een keer en bloosde een beetje. "Nou ja," zei ze zacht. "Alle Pieten?"
Jules schoof het lege bordje een stukje naar oma toe. "Oma, volgend jaar bakken we er twee keer zoveel."
En Jules? Die wist het nu zeker: de Sint vindt je altijd.