Het was de avond voor pakjesavond. Alle Pieten lagen in bed. De bakkerij was donker. De inpakkamer was stil. En bijna alle lampen waren uit.
Klik, deed de laatste lamp.
Het hele huis van Sinterklaas sliep. De Pieten sliepen. De poes sliep. Zelfs de klok in de gang tikte zachter dan anders. Tik... tak... tik... tak.
Maar in de stal stond het paard van Sinterklaas met zijn ogen wijd open.
Hij keek naar links. Hij keek naar rechts. Hij tikte met zijn hoef op de grond. Tok, tok, tok. Hij kon gewoon niet slapen. Morgen was de belangrijkste nacht van het hele jaar! Dan moest hij over alle daken lopen, langs alle schoorstenen, en heel lang heel stil staan wachten. Wat als hij dan te moe was?
Het paard deed zijn ogen dicht. Heel stevig. Eén, twee, drie... Plop! Daar gingen ze weer open.
Hij probeerde het nog een keer. Ogen dicht. Eén, twee, drie... Plop! Weer open.
Het paard hinnikte zachtjes. Hiiii.
De deur van de stal ging krakend open. Krrrr. Daar stond Sinterklaas, in zijn kamerjas, met een lantaarn in zijn hand. Het licht wiebelde over het stro.
"Kun jij ook niet slapen?" vroeg hij.
Het paard schudde zijn hoofd. Zijn manen zwiepten heen en weer.
"Ik ook niet," zei de Sint. "Zullen we het samen proberen?"
Eerst neuriede de Sint een slaapliedje. Heel zacht. Hmmm, hmmm, hmmm. Het paard luisterde. Maar zijn ogen bleven open.
Toen legde de Sint een warme deken over de rug van het paard. Lekker zacht. Het paard snuffelde eraan. Maar zijn ogen bleven open.
De Sint ging op een baal stro zitten en dacht na. Hij streek over zijn baard. "Weet je wat?" zei hij toen. "Ik ga je iets vertellen. Over alle wortels die de kinderen voor je klaarleggen."
Het paard spitste zijn oren. Wortels! Daar wilde hij alles over weten.
De Sint begon te tellen. Heel zacht en heel langzaam.
"Eén wortel van Noor, met een strikje erom. Twee wortels van Jules, in een bakje met water. Drie wortels van Emma, met een tekening van jou erbij. Vier wortels van Daan, nog met het groen eraan. Vijf wortels van Sem, in een klein mandje. Zes wortels van Yara, in een papieren bootje..."
Het paard zuchtte. Een lange, warme zucht. Pffff.
"...tien wortels van Mila, in het laarsje van haar zus... elf wortels..."
Bij twintig wortels begonnen de oren van het paard langzaam te hangen. Bij dertig wortels gingen zijn ogen langzaam dicht. Bij veertig wortels ging zijn hoofd een klein beetje naar beneden. En toen ging het paard liggen, heel voorzichtig, in het zachte stro. Plof.
"...vijftig wortels van Lotte... eenenvijftig wortels... van..." De stem van de Sint werd ook steeds zachter. Zijn ogen werden ook steeds zwaarder. De lantaarn flakkerde nog één keer. En toen was het stil in de stal.
De volgende ochtend kwam de Hoofdpiet de stal binnen. Hij had een emmer vers water bij zich. "Goedemorgen, paard! Vandaag is de grote dag!"
Maar het paard gaf geen antwoord. Daar lag hij, diep in slaap. En naast hem, op de baal stro, met zijn hoofd tegen de warme paardenbuik, lag Sinterklaas.
Ze snurkten allebei. Rrrr-pfff. Rrrr-pfff. Precies tegelijk.
De Hoofdpiet glimlachte. Hij trok de deken nog een stukje over hen heen en sloop op zijn tenen weer naar buiten. Nog vijf minuutjes, dacht hij. Dat hebben ze wel verdiend.