Sinterklaasverhaal om voor te lezen

Een brief voor het paard

Vanaf 4 jaar ± 4 minuten voorlezen

Het was stil in de klas van Fien. Je hoorde alleen potloden krassen. Kras, kras, kras. Op elke tafel lag een vel papier, en alle kinderen schreven een brief aan Sinterklaas. Op het bord had de juf grote letters geschreven: Lieve Sinterklaas.

Maar Fien schreef niet aan Sinterklaas. Fien schreef een brief aan het paard.

De juf kwam naast haar staan en keek mee. "Fien," zei ze verbaasd. "Schrijf jij aan het paard?"

"Ja," zei Fien.

"Waarom aan het paard?"

Fien legde haar potlood neer. "Omdat iedereen altijd aan de Sint schrijft," zei ze. "En het paard draagt de Sint de hele tijd. Over alle daken. In de regen en in de wind. Wie zegt er eens dankjewel tegen hem?"

De juf dacht even na. Toen glimlachte ze. "Daar heb je eigenlijk gelijk in," zei ze.

Fien pakte haar potlood weer op. Ze schreef met grote letters, want ze kon nog niet zo goed schrijven. Sommige letters stonden een beetje scheef. Eén letter stond zelfs op zijn kop. Maar dat gaf niet. Ze schreef:

*Lief paard.
Dankjewel dat je zo hard werkt.
Ik hoop dat je zacht kan slapen.
Groetjes Fien*

Eronder maakte ze een tekening. Ze tekende het paard in een groot bed. Met een kussen onder zijn hoofd. En met een dekentje tot aan zijn oren. Alleen zijn neus en zijn oren kwamen er nog boven uit. Naast het bed tekende ze een emmer water, voor als hij 's nachts dorst kreeg.

Toen alle brieven klaar waren, stopte de juf ze in een grote rode doos. Op de doos stond: Voor Sinterklaas. De brief van Fien lag helemaal bovenaan.

Maar in de pauze werd Fien een beetje stil. Ze ging bij de juf staan. "Juf," vroeg ze zacht, "de doos is voor Sinterklaas. Wat als de Sint mijn brief niet aan het paard geeft?"

De juf ging door haar knieën, zodat ze even groot waren. "Sinterklaas leest alle brieven," zei ze. "Elke brief. Ook die van jou. En ik weet zeker dat hij weet wat hij ermee moet doen."

Fien knikte. Ze voelde zich al een beetje beter.

Die avond zat Sinterklaas in de stal. Het was er warm en het rook naar hooi. Een lamp gaf een zacht geel licht. De Pieten zaten om hem heen op balen stro. En het paard stond in zijn hoekje en kauwde rustig op een wortel.

Sinterklaas las alle brieven voor. Brieven met tekeningen. Brieven met stickers. Brieven met heel veel uitroeptekens. De Pieten luisterden en lachten en knikten.

Toen pakte de Sint de brief van Fien. Hij las hem voor. En toen hield hij even op.

"Wel, wel," zei hij zacht. "Deze is niet voor mij."

Hij stond op en liep naar het paard. Hij hield de tekening omhoog, zodat het paard hem goed kon zien. Het paard hield op met kauwen. Hij spitste zijn oren. Hij keek heel lang naar het bed. Naar het kussen. Naar het dekentje tot aan de oren. En toen hinnikte hij zacht. Heel zacht en heel blij.

De Pieten keken elkaar aan. "Zo blij heb ik hem nog nooit gezien," fluisterde Hoofdpiet.

"Hij heeft ook nog nooit een brief gekregen," zei de Sint.

Die nacht hing er een tekening aan de muur van de stal. Precies boven het bed van het paard.

De volgende ochtend vond Fien iets in haar schoen. Een klein bosje stro, met een rood lintje eromheen. En een briefje van de Sint:

*Lieve Fien,
het paard heeft je tekening boven zijn bed laten hangen.
Hij vroeg me dit voor jou mee te geven: een stukje van zijn eigen bed.
Zodat jij ook zacht kunt slapen.*

Fien hield het bosje stro tegen haar neus. Het rook naar zomer en naar paarden. Ze nam het mee naar boven en legde het onder haar kussen.

En die nacht sliep ze inderdaad heel zacht.

Vragen om na te praten

  1. Aan wie zou jij eens een bedankbrief willen schrijven? Waarom?
  2. Hoe denk je dat het paard zich voelde toen hij de tekening van Fien zag?
  3. Wat helpt jou om zacht en fijn te slapen?
← Alle 30 Sinterklaasverhalen