Sinterklaasverhaal om voor te lezen

De Sint op de bakfiets

Vanaf 5 jaar ± 5 minuten voorlezen

Het paard van Sinterklaas had een vrije dag. Dat mag, want hij werkt de hele maand zo hard. Hij draagt de Sint over daken en door straten, door regen en wind. Dus vandaag lag hij lekker in het stro te dommelen. Af en toe zwiepte zijn staart heen en weer, en soms snurkte hij zachtjes: hrrr, pfff, hrrr.

De Sint keek op de klok. "Hoe kom ik nu bij de bibliotheek?" vroeg hij zich af. "Daar zitten twintig kinderen op me te wachten. Ik heb beloofd dat ik een verhaal kom voorlezen."

Hij keek naar het paard. Het paard deed één oog open, keek naar de Sint, en deed het weer dicht. Heel duidelijk.

"Nee, nee," zei de Sint. "Jij hebt vrij. Dat heb je verdiend."

Een Piet wees naar de schuur. "Sinterklaas," zei hij, "daar staat nog iets."

Ze trokken samen de grote schuurdeur open. Kriiiiep. Daar, tussen de harken en de kruiwagen, stond een grote bakfiets. Met drie wielen, een stevig stuur en een houten bak vooraan.

De Sint had al heel lang niet meer gefietst. Heel, heel lang niet. Hij krabde aan zijn baard. "Dat verleer je toch nooit?" zei hij. Het klonk een beetje als een vraag.

Samen laadden ze de bak vol cadeautjes. Pakjes met strikken, een mand met mandarijnen en een grote doos pepernoten. Bovenop legde de Sint het voorleesboek. Zijn staf paste er niet meer bij, dus die stak schuin uit de bak, als de mast van een bootje.

De Sint ging op het zadel zitten. Hij schikte zijn mantel. Hij zette zijn voeten op de trappers. "Daar gaan we," zei hij.

De fiets wiebelde naar links. Hij wiebelde naar rechts. Hij wiebelde weer naar links, bijna tegen de schuurdeur aan. De Piet hield zijn handen voor zijn ogen.

Maar toen reed hij! Eerst langzaam, dan steeds beter. De koude wind blies langs zijn wangen. Zijn mantel wapperde achter hem aan als een grote rode vlag. En hij belde vrolijk met de bel. Tring tring! Tring tring!

Mensen op straat bleven staan. Een vrouw met een boodschappentas liet bijna haar appels vallen. Een meneer met een hond zwaaide, en de hond blafte twee keer: waf, waf! Alsof hij ook dag wilde zeggen.

Een jongen op een kinderfietsje kwam naast hem rijden. Zijn wangen waren rood en zijn muts stond scheef. "Dag Sinterklaas!" riep hij. "Zullen we een wedstrijdje doen?"

"Niet te snel, hoor," zei de Sint. "Ik ben een beetje uit oefening."

Dus fietsten ze samen naast elkaar, heel netjes, langs het park en over het bruggetje. De jongen vertelde dat hij pas zonder zijwieltjes kon fietsen. "Knap hoor," zei de Sint. "Dan zijn we allebei aan het oefenen."

Bij het kruispunt ging de jongen linksaf, naar huis. Hij zwaaide nog lang. Tring tring, belde de Sint terug.

En toen kwam er een heuvel.

Het was geen hele grote heuvel. Maar met een bak vol cadeautjes leek het wel een berg. De Sint trapte. En trapte. En trapte nog harder. De fiets ging steeds trager. "Kom op," mompelde de Sint. "Kom op, bakfiets."

Halverwege stond hij bijna stil. De wielen draaiden nog maar heel langzaam rond. Krr... krr... krr. De Sint hijgde. Zijn mijter schoof een beetje over één oor.

Maar wat gebeurde er? Drie kinderen kwamen aangelopen. Ze kwamen net uit school, met hun schooltas nog op hun rug. Ze keken naar de Sint. Ze keken naar de heuvel. En zonder iets te zeggen gingen ze achter de bakfiets staan en begonnen te duwen.

"Een, twee, hup!" riep het grootste meisje. "Een, twee, hup!"

Langzaam rolde de bakfiets weer verder. Stukje voor stukje. Tot ze helemaal bovenaan stonden.

Daar hijgden ze allemaal. De Sint, de drie kinderen en eigenlijk ook de bakfiets een beetje. Ze keken elkaar aan. En toen begonnen ze te lachen, zo hard dat de kinderen ervan moesten gaan zitten op de stoeprand.

"Dankjewel," zei de Sint, en hij gaf ze elk een mandarijn. "Zonder jullie stond ik daar nu nog."

Het laatste stuk ging naar beneden. Zoeeef! De wind floot in zijn oren en de Sint hield zijn mijter stevig vast.

Bij de bibliotheek stonden de kinderen al buiten te wachten. Toen ze de Sint zagen aankomen, begonnen ze te juichen en te klappen. Nog nooit was de Sint op een bakfiets gekomen! Hij las het verhaal voor, en iedereen kreeg een handje pepernoten. Het was het gezelligste uurtje van de hele week.

Die avond, in de stal, vertelde hij het allemaal aan zijn paard. Over het wiebelen, over de jongen zonder zijwieltjes, over de heuvel en de drie kinderen die duwden.

Het paard luisterde. Toen snoof hij eens tevreden. Misschien betekende het: knap gedaan. Maar misschien ook wel: morgen breng ik je gewoon weer zelf.

Vragen om na te praten

  1. Hoe zou jij naar de bibliotheek gaan als het paard een vrije dag had?
  2. Waarom denk je dat de kinderen de bakfiets de heuvel op hielpen duwen?
  3. Wanneer heb jij iemand geholpen, of heeft iemand jou geholpen?
← Alle 30 Sinterklaasverhalen